Ga door naar hoofdcontent
Informatie3.5 Beschikbaarheidsdienst (Buitendienst)

3.5 Beschikbaarheidsdienst (Buitendienst)

a. Regels voor het inroosteren van beschikbaarheidsdiensten

De werkgever plant het werk zo, dat de werknemer:

1. per beschikbaarheidsdienst maximaal 12 uur beschikbaar hoeft te zijn.

2. in elke periode van 28 dagen:

  • 14 keer een periode van 24 aaneengesloten uren heeft waarin hij geen bereikbaarheidsdienst hoeft te draaien. Bij een arbeidsomvang van minder dan 0,5 fte heeft hij 18 keer een periode van 24 aaneengesloten uren zonder bereikbaarheidsdienst.
  • 2 keer een periode van 48 aaneengesloten uren waarin hij niet hoeft te werken en geen bereikbaarheidsdienst heeft.

3. geen beschikbaarheidsdienst heeft:

  • in de 11 uur voor een nachtdienst.
  • in de 14 uur na een nachtdienst.

4. maximaal 13 uur per 24 uur werkt, als hij een beschikbaarheidsdienst heeft.

5. in een periode van 16 weken gemiddeld niet langer werkt dan de toegestane gemiddelde maximale arbeidsduur, zie artikel 3.2 onder maximale arbeidsduur.

6. per kalenderjaar niet meer beschikbaarheidsdiensten heeft dan maximaal toegestaan; het maximaal aantal beschikbaarheidsdiensten is afhankelijk van het aantal contractueel overeengekomen arbeidsuren, te weten:

  • contract < 0,3 fte: maximaal 40 beschikbaarheidsdiensten per jaar;
  • contract ≥ 0,3 en < 0,6 fte: maximaal 80 beschikbaarheidsdiensten per jaar;
  • contract ≥ 0,6 fte: 120 maximaal beschikbaarheidsdiensten per jaar.

Wanneer binnen een bedrijf gedurende 6 maanden bij meer dan 70% van de nachtelijke beschikbaarheidsdiensten daadwerkelijk wordt gewerkt (ongeacht het aantal uren), mag het bedrijf de daaropvolgende 6 maanden geen nachtelijke beschikbaarheidsdiensten inzetten.

b. Wanneer de arbeidstijd begint en eindigt

  1. De arbeidstijd begint bij de oproep zoals in artikel 1.3 lid 3.
  2. Als er binnen 30 minuten na het einde van een oproep opnieuw een oproep komt, telt de tijd ertussen ook als arbeidstijd.
  3. Als een werknemer binnen 30 minuten 1 of meer keer arbeid verricht naar aanleiding van een oproep als bedoeld in artikel 1.3 lid 3, dan wordt de arbeidstijd altijd vastgesteld op minimaal een half uur.

c. Vergoeding voor beschikbaarheid

Voor medewerkers met een salaris in de A-schalen

Werknemers die een beschikbaarheidsdienst draaien en vallen onder de A-schalen in bijlage II, krijgen per uur beschikbaarheid een bruto vergoeding:

  • Vanaf 1 januari 2026: € 2,73 per uur
  • Vanaf 1 januari 2027: € 2,81 per uur

Deze beschikbaarheidsvergoeding staat (uiteraard, want wettelijk verplicht) duidelijk op de loonstrook. De beschikbaarheidsvergoeding wordt ook betaald voor de uren die de werknemer tijdens de beschikbaarheidsdienst daadwerkelijk werkt.

Deze beschikbaarheidsvergoeding telt niet mee voor:

  • vakantietoeslag
  • pensioen
  • andere grondslagen

Voor medewerkers met een salaris in de B-schalen

Werknemers die een beschikbaarheidsdienst draaien en vallen onder de B-schalen in bijlage II, krijgen geen aparte beschikbaarheidsvergoeding. De vergoeding voor beschikbaarheid is voor deze werknemers verdisconteerd in het salaris.

CAO Uitvaartbranche 2026-2027