Introductie in fysieke belasting
Fysieke belasting wordt veroorzaakt door handelingen als tillen, dragen, duwen, trekken, langdurig staan en beeldschermwerk. Denk aan het verplaatsen van de kist, het dragen van rouwbloemwerk, het ruimen van de crematieoven of horecawerkzaamheden. Ook kan er sprake zijn van energetische belasting (bijvoorbeeld warmte, bij ovenisten).Veelal kan fysieke overbelasting in de uitvaartbranche worden voorkomen door gebruik te maken van de juiste hulpmiddelen, de inrichting van de arbeidsplaats, een aangepaste werkmethode en het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Er kan ook sprake zijn van fysieke onderbelasting (sedentair gedrag). Hiervan is sprake als medewerkers langdurig werkzaamheden verrichten met een laag energieverbruik. Denk hierbij aan medewerkers die een hele werkdag achter een beeldscherm werken.
Wat zijn de risico’s bij fysieke belasting?
De risico’s bij fysieke belasting zijn per proces beschreven:
Tillen en dragen – laatste verzorging
Als een medewerker zwaarder dan 25 kilo moet tillen, moeten er goede transport- en hulpmiddelen zijn. Vul bij twijfel over overbelasting de checklist fysieke belasting in:
https://fysiekebelasting.tno.nl/nl/instrumenten/checklist-fysieke-belasting/
Blijkt uit de checklist een risico op het gebied van tillen? Voer dan een vervolgonderzoek uit met de NIOSH-methode.
Blijkt uit de checklist een risico op het gebied van dragen? Voer dan een vervolgonderzoek uit met de KIM-methode dragen.
Regels voor veilig tillen en dragen:
- Voorkom onnodig zwaar tillen door afspraken over aangeleverde gewichten te maken met de afdeling inkoop en de leveranciers.
- Maak afspraken met bloemisten om groter rouwbloemwerk in delen aan te leveren.
- Til en draag niet onnodig, gebruik gezond verstand.
- Maak gebruik van de beschikbaar gestelde tilhulpmiddelen.
- Zorg dat hulpmiddelen zoals rolwagen en invoerwagen op elkaar aansluiten.
- Bedenk vooraf hoe en waarheen de last wordt verplaatst; houd rekening met mogelijke obstakels op de transportroute.
- Schat vooraf het gewicht in; til niet te veel ineens.
- Vraag collega’s om hulp bij het tillen en dragen van zware lasten; maak bij gezamenlijk tillen afspraken vooraf over commando’s, de plaats waar een ieder de handen zet en de route.
- Buk door heupen en knieën te buigen, houd de rug recht, til daarna door de heupen en knieën te strekken.
- Til met twee handen zo dicht mogelijk bij het lichaam.
- Til niet hoger dan schouderhoogte.
- Span rug- en buikspieren aan, buig de ellebogen en trek de bovenarmen tegen het lichaam aan.
- Houd steeds de rug recht; verplaats de voeten tijdens draaien, draai nooit vanuit de rug.
- Beweeg langzaam, ook tijdens lopen; gebruik stroeve schoenen voor grip.
- Luister naar het lichaam; neem signalen serieus.
Cursus
Zorg dat je een cursus tiltechnieken gevolgd hebt.
Als de laatste verzorging door één medewerker wordt uitgevoerd:
- Zorg dat de overledene niet getild wordt door één persoon, maar draai de overledene.
- Als de rigor mortis nog niet is ingetreden, kent het lichaam twee draaipunten: de heup en de schouders. Om het lichaam te draaien, dient de knie die het verst van de medewerker vandaan is te worden gebogen en over het recht liggende been heen getrokken te worden. Hierbij wordt het been als hefboom gebruikt (denk aan stabiele zijligging). De overledene draait nu zonder al te veel moeite op de zijde.
- Een overledene waarbij de rigor mortis is ingetreden, kan door de medewerker gedraaid worden door de overledene bij de draaipunten (heup en schouder) te vatten en naar zich toe te trekken. Het draaien is zwaarder dan bij een overledene waar de rigor mortis nog niet is ingetreden.
- Maak gebruik van hulpmiddelen om de overledene te kunnen verplaatsen door schuiven.
Inrichtingseisen verzorgingsruimte:
- In hoogte verstelbare behandeltafel.
- Lift voor het plaatsen van de overledene in de kist.
Laatste verzorging met verhoogd risico
De laatste verzorging van een overledene met (ernstige) lichamelijke verwondingen brengt speciale risico’s met zich mee en vindt bij voorkeur plaats in de verzorgingsruimte van een uitvaartcentrum. Als het lichaam niet meer intact is, moet het naar een hiervoor geschikt uitvaartcentrum of mortuarium gebracht worden.
Laatste verzorging – duwen en trekken
Duwen en trekken is van toepassing bij het verwijderen van de kleding en het aankleden van de overledene. Ook om rolwagens te verrijden moet geduwd of getrokken worden. Soms is daar weinig kracht voor nodig, maar soms ook veel, wat zorgt voor overbelasting. Het risico van overbelasting is nog groter als de last door de medewerker ineens met een grote krachtsinspanning in beweging wordt gebracht. Duwen en trekken zijn vooral belastend voor de armen, schouders en rug. Overbelasting openbaart zich meestal in het schoudergebied.
Vul bij twijfel over overbelasting de checklist fysieke overbelasting in:
https://fysiekebelasting.tno.nl/nl/instrumenten/checklist-fysieke-belasting/
Blijkt een risico op het gebied van duwen en trekken? Voer dan een vervolgonderzoek uit met de KIM-methode duwen en trekken.
Tips om duwen en trekken minder belastend te maken:
- Verwijder obstakels van de werkvloer.
- Zorg dat de hulpmiddelen goed onderhouden worden.
- Duw indien mogelijk; duwen is lichamelijk minder zwaar dan trekken.
- Gebruik waar mogelijk twee armen.
- Duw of trek niet ineens met alle kracht, maar bouw dit langzaam op.
- Zorg bij duwen en trekken voor een harde vloer zonder drempels.
- Plaats deuren die automatisch openen in routes die vaak gebruikt worden.
- Gebruik wagens met kogellagers in de wielen.
- Gebruik elektrisch aangedreven rolwagens.
Handelingen & Hulpmiddelen
Onder bovenstaande risico’s worden verschillende handelingen en hulpmiddelen genoemd. Er zijn diversie e-learnings beschikbaar voor een toelichting op het uitvoeren van de handelingen en het gebruik van de hulpmiddelen:
Tillen en dragen – overbrenging
Als een medewerker zwaarder dan 25 kilo moet tillen, moeten er goede transport- en hulpmiddelen zijn. Vul bij twijfel over overbelasting de checklist fysieke overbelasting in (https://fysiekebelasting.tno.nl/nl/instrumenten/checklist-fysieke-belasting), een eenvoudige online checklist van TNO.
Blijkt er een risico op het gebied van tillen? Voer dan een vervolgonderzoek uit met de NIOSH-methode.
Blijkt uit de checklist een risico op het gebied van dragen? Voer dan een vervolgonderzoek uit met de KIM-methode dragen.
Regels voor veilig tillen en dragen:
- Voorkom onnodig zwaar tillen door afspraken over aangeleverde gewichten te maken met de afdeling inkoop en de leveranciers.
- Maak afspraken met bloemisten om groter rouwbloemwerk in delen aan te leveren.
- Til en draag niet onnodig, gebruik gezond verstand.
- Maak gebruik van de beschikbaar gestelde tilhulpmiddelen.
- Zorg dat hulpmiddelen zoals brancard, rolwagen en invoerwagen op elkaar aansluiten.
- Bedenk vooraf hoe en waarheen de last wordt verplaatst; houd rekening met mogelijke obstakels op de transportroute.
- Schat vooraf het gewicht in; til niet te veel ineens.
- Vraag collega’s om hulp bij het tillen en dragen van zware lasten; maak bij gezamenlijk tillen afspraken vooraf over commando’s, de plaats waar een ieder de handen zet en de route.
- Buk door heupen en knieën te buigen, houd de rug recht, til daarna door de heupen en knieën te strekken.
- Til met twee handen zo dicht mogelijk bij het lichaam.
- Til niet hoger dan schouderhoogte.
- Span rug- en buikspieren aan, buig de ellebogen en trek de bovenarmen tegen het lichaam aan.
- Houd steeds de rug recht; verplaats de voeten tijdens draaien, draai nooit vanuit de rug.
- Beweeg langzaam, ook tijdens lopen; gebruik stroeve schoenen voor grip.
- Luister naar het lichaam; neem signalen serieus.
Mogelijke tilhulpmiddelen:
- Laken: katoenen laken waar overledene op ligt of op gelegd wordt.
- Bodypod: transfermatras met draagbanden om een overledene te verplaatsen over trappen en door nauwe doorgangen.
- Tilmat: katoenen of nylon mat om onder de overledene te leggen met handgrepen of lussen om aan een tillift te bevestigen (zie tillift).
- Glijzeil: zeer glad nylon zeil.
- Glijrol met plaat: zeer glad nylon zeil waarvan zijkanten aan elkaar vastzitten met een plaat ertussen.
- Glijrol (zonder plaat): zeer glad nylon zeil waarvan zijkanten aan elkaar vastzitten.
- Glijplaat: harde, dunne kunststof plaat met handgrepen om onder de overledene te leggen.
- Singel: band (eventueel gemaakt van een opgerold laken of doek) om mee te tillen.
- Brancard: vast/deelbaar (schepbrancard) aluminium brancard.
- Rijdende baar: baar op wielen; alleen een baar mét remmen gebruiken.
- Plafondtillift: tilliftsysteem met tilmat/tilbanden (tilmat = katoenen of nylon mat met lussen om aan een tillift te bevestigen) dat aan het plafond bevestigd is.
- Verrijdbare tillift: tilliftsysteem met tilmat/tilbanden dat in meerdere ruimten inzetbaar is.
- Traploper: mechanisch apparaat (voldoet bij trappen met brede treden, weinig draaiing).
Cursus
Zorg dat je een cursus tiltechnieken gevolgd hebt.
Brandweer
Als een overledene met overgewicht overgebracht moet worden, maar niet verplaatst kan worden, neem dan contact op met de brandweer om gezamenlijk te zoeken naar een oplossing.
Let op: het verplaatsen van overledenen valt niet onder de taakomschrijving van de brandweer. De brandweer kan kosten in rekening brengen. Houd er rekening mee (in de begeleiding en communicatie) dat de inzet van de brandweer een mogelijk traumatische ervaring oplevert voor de nabestaanden.
Duwen en trekken – overbrengen
In de uitvaartbranche wordt veel gebruikgemaakt van rolwagens voor het verplaatsen van kisten. Om deze wagens te verrijden moet geduwd of getrokken worden. Soms is daar weinig kracht voor nodig, maar soms ook veel, wat zorgt voor overbelasting. Het risico van overbelasting is nog groter als de last door de medewerker ineens met een grote krachtsinspanning in beweging wordt gebracht. Duwen en trekken zijn vooral belastend voor de armen, schouders en rug. Overbelasting openbaart zich meestal in het schoudergebied.
Vul bij twijfel over fysieke overbelasting de checklist in:
https://fysiekebelasting.tno.nl/nl/instrumenten/checklist-fysieke-belasting/
Blijkt er een risico op het gebied van duwen en trekken? Voer dan een vervolgonderzoek uit met de KIM-methode duwen en trekken.
Regels voor veilig duwen en trekken:
- Verwijder obstakels van de werkvloer.
- Zorg dat de hulpmiddelen goed onderhouden worden.
- Duw indien mogelijk; duwen is lichamelijk minder zwaar dan trekken.
- Gebruik waar mogelijk twee armen.
- Duw of trek niet ineens met alle kracht, maar bouw dit langzaam op.
Tips om duwen en trekken minder belastend te maken:
- Zorg bij duwen en trekken voor een harde vloer zonder drempels.
- Plaats deuren die automatisch openen in routes die vaak gebruikt worden.
- Gebruik wagens met kogellagers in de wielen.
- Gebruik elektrisch aangedreven rolwagens.
Handelingen & Hulpmiddelen
Onder bovenstaande risico’s worden verschillende handelingen en hulpmiddelen genoemd. Er zijn diversie e-learnings beschikbaar voor een toelichting op het uitvoeren van de handelingen en het gebruik van de hulpmiddelen;
Tillen en dragen – tillen/verplaatsen overledene
Als een medewerker zwaarder dan 25 kilo moet tillen, moeten er goede transport- en hulpmiddelen zijn. Vul bij twijfel over overbelasting de checklist fysieke overbelasting in (https://fysiekebelasting.tno.nl/nl/instrumenten/checklist-fysieke-belasting), een eenvoudige online checklist van TNO.
Blijkt een risico op het gebied van tillen? Voer dan een vervolgonderzoek uit met de NIOSH-methode.
Blijkt uit de checklist een risico op het gebied van dragen? Voer dan een vervolgonderzoek uit met de KIM-methode dragen.
Regels voor veilig tillen en dragen:
- Voorkom onnodig zwaar tillen door afspraken over aangeleverde gewichten te maken met de afdeling inkoop en de leveranciers.
- Til en draag niet onnodig, gebruik gezond verstand.
- Maak gebruik van de beschikbaar gestelde tilhulpmiddelen.
- Zorg dat hulpmiddelen zoals rolwagen en invoerwagen op elkaar aansluiten.
- Bedenk vooraf hoe en waarheen de last wordt verplaatst; houd rekening met mogelijke obstakels op de transportroute.
- Schat vooraf het gewicht in; til niet te veel ineens.
- Vraag collega’s om hulp bij het tillen en dragen van zware lasten; maak bij gezamenlijk tillen afspraken vooraf over commando’s, de plaats waar een ieder de handen zet en de route.
- Buk door heupen en knieën te buigen, houd de rug recht, til daarna door de heupen en knieën te strekken.
- Til met twee handen zo dicht mogelijk bij het lichaam.
- Til niet hoger dan schouderhoogte.
- Span rug- en buikspieren aan, buig de ellebogen en trek de bovenarmen tegen het lichaam aan.
- Houd steeds de rug recht; verplaats de voeten tijdens draaien, draai nooit vanuit de rug.
- Beweeg langzaam, ook tijdens lopen; gebruik stroeve schoenen voor grip.
- Luister naar het lichaam; neem signalen serieus.
Mogelijke tilhulpmiddelen:
- Laken: katoenen laken waar overledene op ligt of op gelegd wordt.
- Bodypod: transfermatras met draagbanden om een overledene te verplaatsen over trappen en door nauwe doorgangen.
- Tilmat: katoenen of nylon mat om onder de overledene te leggen met handgrepen of lussen om aan een tillift te bevestigen (zie tillift).
- Glijzeil: zeer glad nylon zeil.
- Glijrol met plaat: zeer glad nylon zeil waarvan zijkanten aan elkaar vastzitten met een plaat ertussen.
- Glijrol (zonder plaat): zeer glad nylon zeil waarvan zijkanten aan elkaar vastzitten.
- Glijplaat: harde, dunne kunststof plaat met handgrepen om onder de overledene te leggen.
- Singel: band (eventueel gemaakt van een opgerold laken of doek) om mee te tillen.
- Brancard: vast/deelbaar (schepbrancard) aluminium brancard.
- Rijdende baar: baar op wielen; alleen een baar mét remmen gebruiken.
- Plafondtillift: tilliftsysteem met tilmat/tilbanden (tilmat = katoenen of nylon mat met lussen om aan een tillift te bevestigen) dat aan het plafond bevestigd is.
- Verrijdbare tillift: tilliftsysteem met tilmat/tilbanden dat in meerdere ruimten inzetbaar is.
- Traploper: mechanisch apparaat (voldoet bij trappen met brede treden, weinig draaiing).
Let op!
Door hulpmiddelen te combineren zijn transfers soms eenvoudiger te maken. Bijvoorbeeld door een glijplaat tussen bed en brancard te leggen en tegelijkertijd gebruik te maken van een glijzeil om de overledene over de plaat heen naar de brancard te glijden.
Cursus
Zorg dat je een cursus tiltechnieken gevolgd hebt.
Brandweer
Als een overledene met overgewicht overgebracht moet worden, maar niet verplaatst kan worden, neem dan contact op met de brandweer om gezamenlijk te zoeken naar een oplossing.
Let op: het verplaatsen van overledenen valt niet onder de taakomschrijving van de brandweer. De brandweer kan kosten in rekening brengen. Houd er rekening mee (in de begeleiding en communicatie) dat de inzet van de brandweer een mogelijk traumatische ervaring oplevert voor de nabestaanden.
Handelingen & Hulpmiddelen
Onder bovenstaande risico’s worden verschillende handelingen en hulpmiddelen genoemd. Er zijn diversie e-learnings beschikbaar voor een toelichting op het uitvoeren van de handelingen en het gebruik van de hulpmiddelen:
Tillen en dragen – huisbezoek
Als een medewerker zwaarder dan 25 kilo moet tillen, moeten er goede transport- en hulpmiddelen zijn. Vul bij twijfel over overbelasting de checklist fysieke overbelasting in:
https://fysiekebelasting.tno.nl/nl/instrumenten/checklist-fysieke-belasting/
Blijkt een risico op het gebied van tillen? Voer dan een vervolgonderzoek uit met de NIOSH-methode.
Blijkt uit de checklist een mogelijk risico op het gebied van dragen? Voer dan een vervolgonderzoek uit met de KIM-methode dragen.
Regels voor veilig tillen en dragen:
- Zorg dat de uitvaartverzorger beschikt over portable apparatuur (compacte uitvoering), een trolley (koffer met wieltjes), geen zware showmappen.
- Niet alles bij elkaar in één koffer.
- Niet alles in één keer meetillen; desnoods wat vaker lopen.
- Voorkom onnodig zwaar tillen door afspraken over aangeleverde gewichten te maken met de afdeling inkoop en de leveranciers.
- Maak afspraken met bloemisten om groter rouwbloemwerk in delen aan te leveren.
- Til en draag niet onnodig, gebruik gezond verstand.
- Maak gebruik van de beschikbaar gestelde tilhulpmiddelen.
- Zorg dat hulpmiddelen zoals rolwagen en invoerwagen op elkaar aansluiten.
- Bedenk vooraf hoe en waarheen de last wordt verplaatst; houd rekening met mogelijke obstakels op de transportroute.
- Schat vooraf het gewicht in; til niet te veel ineens.
- Vraag collega’s om hulp bij het tillen en dragen van zware lasten; maak bij gezamenlijk tillen afspraken vooraf over commando’s, de plaats waar een ieder de handen zet en de route.
- Buk door heupen en knieën te buigen, houd de rug recht, til daarna door de heupen en knieën te strekken.
- Til met twee handen zo dicht mogelijk bij het lichaam.
- Til niet hoger dan schouderhoogte.
- Span rug- en buikspieren aan, buig de ellebogen en trek de bovenarmen tegen het lichaam aan.
- Houd steeds de rug recht; verplaats de voeten tijdens draaien, draai nooit vanuit de rug.
- Beweeg langzaam, ook tijdens lopen; gebruik stroeve schoenen voor grip.
- Luister naar het lichaam; neem signalen serieus.
Handelingen & Hulpmiddelen
Onder bovenstaande risico’s worden verschillende handelingen en hulpmiddelen genoemd. Er zijn diversie e-learnings beschikbaar voor een toelichting op het uitvoeren van de handelingen en het gebruik van de hulpmiddelen:
Tillen en dragen – cremeren & asverwerking
Bij het overtillen van de kist of opbaarplank op de invoertafel bestaat een risico op fysieke overbelasting. Om dit te voorkomen moet de kist/opbaarplank van de verrijdbare baar door twee personen overgezet worden op de AIM/invoertafel. De baar moet voor het overzetten op dezelfde hoogte worden gebracht als de AIM/invoertafel. Als het kan, wordt de kist of opbaarplank geschoven of gerold.
Als er geen AIM beschikbaar is en de invoer handmatig plaatsvindt, laat dan de invoer niet door zwangere werknemers doen, ook niet door werknemers met een slechte conditie, een extreem laag gewicht, een hoog vetgehalte of hart- en vaatziekten.
Als een medewerker zwaarder dan 25 kilo moet tillen, moeten er goede transport- en hulpmiddelen zijn. Beoordeel bij twijfel over overbelasting het risico met de checklist van TNO:
https://fysiekebelasting.tno.nl/nl/instrumenten/checklist-fysieke-belasting/
Blijkt uit de checklist een risico op het gebied van tillen? Voer dan een vervolgonderzoek uit met de NIOSH-methode.
Blijkt uit de checklist een risico op het gebied van dragen? Voer dan een vervolgonderzoek uit met de KIM-methode dragen.
Regels voor veilig tillen en dragen:
- Voorkom onnodig zwaar tillen door afspraken over aangeleverde gewichten te maken met de afdeling inkoop en de leveranciers.
- Maak afspraken met bloemisten om groter rouwbloemwerk in delen aan te leveren.
- Til en draag niet onnodig, gebruik gezond verstand.
- Maak gebruik van de beschikbaar gestelde tilhulpmiddelen.
- Zorg dat hulpmiddelen zoals rolwagen en invoerwagen op elkaar aansluiten.
- Bedenk vooraf hoe en waarheen de last wordt verplaatst; houd rekening met mogelijke obstakels op de transportroute.
- Schat vooraf het gewicht in; til niet te veel ineens.
- Vraag collega’s om hulp bij het tillen en dragen van zware lasten; maak bij gezamenlijk tillen afspraken vooraf over commando’s, de plaats waar een ieder de handen zet en de route.
- Buk door heupen en knieën te buigen, houd de rug recht, til daarna door de heupen en knieën te strekken.
- Til met twee handen zo dicht mogelijk bij het lichaam.
- Til niet hoger dan schouderhoogte.
- Span rug- en buikspieren aan, buig de ellebogen en trek de bovenarmen tegen het lichaam aan.
- Houd steeds de rug recht; verplaats de voeten tijdens draaien, draai nooit vanuit de rug.
- Beweeg langzaam, ook tijdens lopen; gebruik stroeve schoenen voor grip.
- Luister naar het lichaam; neem signalen serieus.
- Draag S2-werkschoenen (verstevigde neus en waterafstotend leer).
- Zorg dat je een cursus tiltechnieken gevolgd hebt.
Duwen en trekken – cremeren en asverwerking
In een crematorium wordt veel gebruikgemaakt van rolwagens voor het verplaatsen van kisten. Om deze wagens te verrijden moet geduwd of getrokken worden. Soms is daar weinig kracht voor nodig, maar soms ook veel, wat zorgt voor overbelasting. Het risico van overbelasting is nog groter als de last door de medewerker ineens met een grote krachtsinspanning in beweging wordt gebracht.
Vul bij twijfel over overbelasting de checklist fysieke overbelasting in:
https://fysiekebelasting.tno.nl/nl/instrumenten/checklist-fysieke-belasting/
Blijkt er risico op het gebied van duwen en trekken? Voer dan een vervolgonderzoek uit met de KIM-methode duwen en trekken.
Oven ruimen:
Ruim het achterste deel van de crematieoven met een schrepel of borstel met lange steel en het voorste deel met een korte steel. Maak bij het gebruik van een schrepel of borstel korte halen, pak de steel over en loop mee. Sta stevig op beide voeten. Vermijd lange armbewegingen, maar maak een loopbeweging om overbelasting te voorkomen. Maak gebruik van de rollerbar aan het begin van de ovenmond om de schrepel of borstel naar achteren te brengen. Gebruik beide handen om kracht te zetten en wissel af tussen links en rechts. Voer de ruimwerkzaamheden in een zo recht mogelijke houding uit.
Let op: niet iedere crematieoven is even hoog geplaatst en niet iedere ovenist is even lang.
Algemene tips bij duwen en trekken:
- Verwijder obstakels van de werkvloer.
- Zorg dat de hulpmiddelen goed onderhouden worden.
- Duw indien mogelijk; duwen is lichamelijk minder zwaar dan trekken.
- Gebruik waar mogelijk twee armen.
- Duw of trek niet ineens met alle kracht, maar bouw dit langzaam op.
- Zorg bij duwen en trekken voor een harde vloer zonder drempels.
- Plaats deuren die automatisch openen in routes die vaak gebruikt worden.
- Gebruik wagens met kogellagers in de wielen.
- Gebruik elektrisch aangedreven rolwagens.
- Draag S2-werkschoenen (verstevigde neus en waterafstotend leer).
Energetische belasting – cremeren en asverwerking
Het Arbobesluit geeft geen vastgestelde grenstemperatuur. Dat is ook lastig, omdat ook de relatieve luchtvochtigheid, de luchtsnelheid, de warmtestraling, de kleding en de fysieke inspanning een rol spelen.
Een indicatie:
- In de zomer is de ideale temperatuur tussen de 23 en 26˚C.
- Voor intensief lichamelijk inspannend werk geldt een maximum van 26˚C, maar alleen als er een duidelijk voelbare luchtstroom is. Zonder voelbare luchtstroom mag het niet warmer zijn dan 25˚C.
- Voor zeer lichamelijk inspannend werk geldt een maximum van 25˚C, mits er een voelbare luchtstroom is. Anders mag het niet warmer dan 23˚C zijn.
Energetische overbelasting is met name belastend voor de bloedsomloop, ademhaling en stofwisseling. Het leidt tot verminderde concentratie en lichaamscoördinatie, waardoor de kans op ongevallen of onveilige situaties toeneemt. Ook kan de weerstand verminderen, waardoor je gevoeliger bent voor infecties.
Beoordeel het risico met de checklist van TNO:
https://fysiekebelasting.tno.nl/nl/instrumenten/checklist-fysieke-belasting/
Om vast te stellen of er daadwerkelijk sprake is van een ongezonde werkomgeving, moet de situatie door een deskundige beoordeeld worden.
Voorkom energetische overbelasting door taken af te wisselen. Beperk energetisch belastende werkzaamheden tot maximaal 2 uur per dag.
De werkgever moet eerst nagaan of het proces of de werkzaamheden anders ingericht kunnen worden. Als dat niet kan, moet de werkgever persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking stellen. Als die de gezondheid niet voldoende beschermen, wordt de duur van de werkzaamheden beperkt of regelmatig afgewisseld.
Risico’s van warmte
Werken in een warme omgeving kan leiden tot een verstoring in de warmtebalans. Als er meer warmte wordt geproduceerd dan afgevoerd, is er sprake van warmtestuwing. Warmtestuwing kan ook optreden bij het dragen van thermisch isolerende kleding.
Bij het werken bij een crematieoven treedt belasting op door warmtestraling. Dit kan leiden tot uitdroging, huidverbranding, verminderde prestaties en concentratie. Doordat er meer bloed naar de huid gaat, kunnen spieren oververhit raken en neemt de spiereffectiviteit af. Het concentratievermogen vermindert bij langdurige blootstelling (vanaf een uur).
Er zijn verschillende warmteziektes:
- Warmte-uitslag: doordat de huid langdurig nat is, raken de zweetklieren verstopt. Hierdoor ontstaan blaasjes die een jeukend en brandend gevoel geven.
- Hittekrampen: ontstaan door zware inspanning in warme omgeving; pijnlijke krampen in met name benen en buikspieren, vermoedelijk door zoutgebrek.
- Hitte-uitputting: bij zware inspanning en hoge temperaturen kan het lichaam de bloedvoorziening van spieren, hersenen en huid moeilijk op peil houden. Als de inspanning stopt, kan men onwel worden door een plotselinge daling van de bloeddruk. Kenmerken: bleekheid, duizeligheid, hoofdpijn, braakneigingen, flauwvallen en een onstabiele loop.
- Hitteberoerte: als hitte-uitputting ernstiger wordt, stijgt de lichaamstemperatuur boven de 41˚C en kan schade aan het zenuwstelsel optreden. Symptomen: rode of hete droge huid, krampen, stuipen, verwardheid, prikkelbaarheid, geheugenverlies, agressie of bewustzijnsverlies.
Kwetsbare groepen
Vrouwen hebben over het algemeen meer last van warmte dan mannen. Warme omstandigheden kunnen extra schadelijk zijn voor:
- Zwangeren.
- Werknemers met een slechte conditie.
- Werknemers met een extreem laag gewicht (minder dan 50 kg).
- Werknemers met een hoog vetgehalte.
- Werknemers met hart- en vaatziekten.
- Werknemers die geneesmiddelen gebruiken.
Oplossingen
Collectief:
- Voer warme lucht af door ventilatie.
- Isoleer de crematieoven.
Persoonlijke beschermingsmiddelen:
- Geschikte werkkleding.
- Gebruik koelende kleding (vest, mouwen, bandana, shawl).
- Hittewerende handschoenen.
- Hittewerende bril.
Individueel:
- Investeer in fitte medewerkers.
- Zorg dat de medewerker koel is voor aanvang van werkzaamheden in warmte.
- Laat het luik van de crematieoven niet onnodig lang openstaan.
- Instrueer ovenisten in de juiste werkwijze met zo min mogelijk fysieke belasting.
- Beperk de blootstellingsduur zo veel mogelijk, bijvoorbeeld door taakroulatie (opleiden extra ovenisten).
- Bied voldoende pauzes.
- Zorg voor gekoelde dranken.
Handelingen & Hulpmiddelen
Onder bovenstaande risico’s worden verschillende handelingen en hulpmiddelen genoemd. Er zijn diversie e-learnings beschikbaar voor een toelichting op het uitvoeren van de handelingen en het gebruik van de hulpmiddelen:
Verkeerde werkhouding – beeldschermwerk
Intensief beeldschermwerk kan leiden tot klachten aan arm, nek en schouders. De klachten beginnen klein, maar kunnen toenemen en zo pijnlijk worden dat medewerkers uitvallen. Het ontstaan van klachten hangt vaak samen met werkdruk. Beeldschermwerk moet regelmatig worden afgewisseld met ander werk of een pauze.
Werken in een neutrale houding (dicht bij de ‘middenstand’, dus niet te veel naar rechts, links, voor of achter) is de gezondste werkhouding. Zo worden spieren en pezen niet te veel aangespannen. Lukt dit niet, dan hangt het risico af van hoe lang en hoe vaak deze houdingen voorkomen en van de hersteltijd.
Gezichtsvermogen
Iedere beeldschermwerker moet regelmatig de gelegenheid krijgen voor een oogonderzoek. Als er een beeldschermbril of andere correctiemiddelen nodig zijn, zorgt de werkgever daarvoor.
Laptop, tablet, telefoon
Bij werken op een laptop kantelt de nek ca. 30°, wat een druk van 18 kg op de nekwervels geeft (vergelijkbaar met het dragen van een kleuter). Bij gebruik van een tablet of smartphone kantelt de nek nog verder, waardoor de druk toeneemt.
Beeldschermwerkers (> 2 uur per dag) mogen niet werken op een laptop zonder aanvullende randapparatuur (laptopverhoger, los toetsenbord, muis en eventueel extra scherm).
Inrichting
De apparatuur, het meubilair, de werkomgeving en software moeten voldoen aan ergonomische eisen:
- Beeldscherm en toetsenbord mogen niet aan elkaar vastzitten. Indien gebruikgemaakt wordt van een laptop, moet deze voorzien zijn van een los toetsenbord.
- Het bureau is in hoogte verstelbaar, heeft een reflectiearm oppervlak en is voldoende groot voor beeldschermwerk en documenten.
- De bureaustoel is stabiel, comfortabel, en verstelbaar in hoogte en rugleuning.
- Het beeldscherm heeft voldoende contrast, is in hoogte verstelbaar en mag niet spiegelen.
- De verlichting zorgt voor voldoende licht en een beheerst contrast tussen beeldscherm en omgeving.
- Medewerkers kunnen gebruikmaken van hulpmiddelen, zoals een documenthouder of voetensteun.
Instructies
- Verander regelmatig van werkhouding.
- Wissel beeldschermwerk af met andere werkzaamheden of neem voldoende pauzes.
- Doe korte oefeningen om armen, nek en schouders te ontspannen.
- Werk niet langer dan 6 uur per dag aan een beeldscherm.
- Gebruik bij invoerwerkzaamheden een documenthouder om de ‘ja-knik’-beweging te voorkomen.
- Bedien de muis vanuit de onderarm met de elleboog als draaipunt.
- Houd de pols in het verlengde van de onderarm.
- Voorkom te hoge werkdruk en vermijd piekdrukte.
- Herken klachten aan arm, nek en schouders en neem ze serieus.
Instelling beeldschermwerkplek in 8 stappen
- Stel de bureaustoel in op de juiste zithoogte; voeten stevig op de grond, benen in een hoek van 90°.
- Stel de diepte van het zitvlak zo in dat er een vuist past tussen knieholte en zitrand.
- Stel de rugleuning in voor een rechte zit en voldoende ondersteuning van de onderrug.
- Stel de armleuningen zo in dat de schouders ontspannen zijn en de ellebogen ondersteund worden.
- Zorg dat het werkblad gelijk is aan de hoogte van de armleuningen.
- Plaats het beeldscherm recht voor de medewerker, op minimaal 50 cm afstand.
- Zet het beeldscherm op ooghoogte.
- Geen verstelbaar scherm? Leg een boek of pak papier onder de voet.
- Voor niet-blindtypers mag het scherm iets lager staan.
- Plaats toetsenbord en muis recht voor het scherm en houd het toetsenbord plat.
Als het bureau niet verstelbaar is, stel dan de stoel in op bureauhoogte en gebruik een voetensteun om een hoek van 90° te behouden.
Zit/sta-bureaus helpen om de werkhouding te variëren en verbeteren de doorbloeding. Ook staand is een rechte houding belangrijk.
Gebruik de TNO-checklist BAS (Beter Achter je Schermen) om risico’s van beeldschermwerk te beoordelen.

Statische werkhouding – beeldschermwerk
Intensief beeldschermwerk kan leiden tot klachten aan arm, nek en schouders. Klachten kunnen verergeren tot uitval.
Om gezondheidsrisico’s van veel zittend werk te beperken, moeten periodes van zitten regelmatig worden afgewisseld met staan of bewegen. Bewegen vermindert het risico op hart- en vaatziekten, diabetes, beroertes en bevordert de mentale gezondheid.
Regels met betrekking tot zittend werk:
- Zit op het werk maximaal 2 uur aaneengesloten en doe dan minstens 10 minuten iets anders.
- Zit op het werk maximaal 5 uur per dag.
Tip: Mensen met zittend werk doen er goed aan dagelijks minimaal 30 minuten stevig te bewegen (bijvoorbeeld wandelen of fietsen).
Checklist
Langdurig werken in een verkeerde houding leidt tot statische belasting en verminderde doorbloeding. Bij twijfel over de belasting:
vul de checklist in via https://fysiekebelasting.tno.nl/nl/instrumenten/checklist-fysieke-belasting/.
Bij risico: voer vervolgonderzoek uit met de WHI-methode (Werkhoudingsinstrument) of de TNO-checklist BAS.
Inrichting
- Beeldscherm en toetsenbord mogen niet aan elkaar vastzitten.
- Bureau is verstelbaar, reflectiearm en groot genoeg.
- Stoel is stabiel, verstelbaar en ondersteunt de rug.
- Beeldscherm is verstelbaar, met voldoende contrast en zonder spiegeling.
- Verlichting zorgt voor goed contrast.
- Gebruik eventueel hulpmiddelen zoals documenthouder of voetensteun.
Instructies
- Verander regelmatig van werkhouding.
- Wissel beeldschermwerk af met andere taken of pauzes.
- Doe korte oefeningen voor armen, nek en schouders.
- Werk niet langer dan 6 uur per dag aan een beeldscherm.
- Gebruik een documenthouder om veel buigen te voorkomen.
- Bedien de muis vanuit de onderarm.
- Houd de pols recht.
- Vermijd piekdrukte en hoge werkdruk.
- Herken en meld klachten tijdig.
Algemene regels ter voorkoming van statische werkhouding:
- Voorlichting over de risico’s van statische werkhouding.
- Wissel zittend werk af met staand of lopend werk.
- Ga bij overleg even naar collega’s toe.
- Bel of mail niet onnodig, loop in plaats daarvan.
- Plaats de printer in de gang.
- Stimuleer trapgebruik in plaats van de lift.
- Organiseer lunchwandelingen.
- Spreek af dat iedereen zelf koffie/thee haalt.
Zittend werk
Beperk langdurig zitten door afwisseling en beweging. Dit vermindert risico’s op hart- en vaatziekten, overgewicht en bevordert het welzijn.
Regels:
- Zit maximaal 2 uur aaneengesloten en neem daarna minstens 10 minuten pauze.
- Zit maximaal 5 uur per dag.
Tip: Beweeg dagelijks minimaal 30 minuten stevig (bijvoorbeeld wandelen of fietsen).
Repeterende bewegingen-beeldschermwerk
Intensief beeldschermwerk kan leiden tot klachten aan arm, nek en schouders. De klachten beginnen klein en geven eerst last, maar kunnen toenemen en zo pijnlijk worden dat medewerkers erdoor uitvallen en verzuimen. Het ontstaan van klachten door beeldschermwerk hangt in de regel samen met werkdruk. Beeldschermwerk moet op gezette tijden worden afgewisseld met andersoortig werk of, als dat niet mogelijk is, met een pauze.
Om de risico’s van de beeldschermwerkplek in kaart te brengen: vul de TNO-checklist in: checklist BAS (Beter Achter je Schermen).
Inrichting
De apparatuur, het meubilair, de werkomgeving en software moeten voldoen aan ergonomische eisen:
- beeldscherm en toetsenbord mogen niet aan elkaar vast zitten. Indien gebruik gemaakt wordt van een laptop moet deze dus voorzien zijn van een los toetsenbord;
- het bureau is in hoogte verstelbaar, heeft een reflectiearm oppervlak en is voldoende groot, niet alleen voor de beeldschermwerkzaamheden, maar ook voor eventuele documenten en accessoires;
- de bureaustoel is stabiel en comfortabel en heeft een in hoogte verstelbare zitting en een rugleuning waarvan de hoogte en hellinghoek verstelbaar zijn;
- het beeldscherm heeft voldoende contrast, is in hoogte verstelbaar en mag niet spiegelen;
- de verlichting op de werkplek zorgt voor voldoende licht en een beheerst contrast tussen het beeldscherm en de omgeving;
- indien wenselijk moeten medewerkers gebruik kunnen maken van hulpmiddelen, zoals een documenthouder of een voetensteun.
Instructies
- verander regelmatig de werkhouding;
- wissel beeldschermwerk op gezette tijden af met andere werkzaamheden of neem voldoende pauzes;
- doe geregeld korte oefeningen om armen, nek en schouders te ontspannen;
- werk niet langer dan 6 uur per dag aan een beeldscherm;
- maak bij invoer-werkzaamheden gebruik van een documenthouder om de zogenaamde ‘ja-knik’-beweging te voorkomen;
- bedien de muis vanuit de onderarm met de elleboog als draaipunt;
- zorg ervoor dat de pols in het verlengde van de onderarm blijft;
- voorkom een te hoge werkdruk en vermijd piekdrukte;
- zorg dat klachten aan arm, nek en schouders herkend worden en neem ze serieus.
Instelling beeldschermwerkplek in 8 stappen
1.Stel de bureaustoel in op de juiste zithoogte. De voeten moeten stevig op de grond staan en de onderbenen maken een hoek van 90 graden met de bovenbenen;
2 stel de diepte van het zitvlak zodanig in, dat er een vuist past tussen de knieholte en de rand van de zittin
3. stel de rugleuning in voor een rechte zit en voldoende ondersteuning van de onderrug;
4. stel de armleuningen op de juiste hoogte, dusdanig dat de schouders niet omhoog worden geduwd, maar de armleuningen bij het zitten nog wel voldoende ondersteuning aan de ellebogen geven;
5. zorg dat de bovenkant van het werkblad dezelfde hoogte heeft als de bovenkant van de armleuningen;
6.het beeldscherm staat recht voor de medewerker met een minimale afstand van 50 cm. tussen de ogen en het beeldscherm;
7.zet het beeldscherm op de juiste hoogte. De bovenkant van het beeldscherm dient op ooghoogte te zijn;
– Geen in hoogte verstelbaar scherm? Leg dan een boek of een pak kopieerpapier onder de voet van het beeldscherm;
– voor medewerkers die niet blind kunnen typen is het verstandig om het scherm iets lager te zetten om de ‘ja-knik’-beweging te voorkomen.
8. plaats het toetsenbord en de muis voor het beeldscherm. Plaats het toetsenbord plat om stress op de polsen te voorkomen. Soms is een bureau niet in hoogte te verstellen, zoals vaak het geval is bij balies. Stel dan de stoel in op de hoogte van het bureau en zorg voor een hoek van 90 graden van de onderbenen en bovenbenen door het gebruik van een voetensteun. Een voetensteun dient dus alleen in uitzonderingsgevallen ingezet te worden.
Tegenwoordig zijn steeds meer kantoren uitgerust met zit/sta-bureaus. De combinatie tussen zitten en staan zorgt voor een verandering in werkhouding en heeft een goede invloed op de doorbloeding. Ook staand achter een bureau is een rechte houding van belang en dient de medewerker recht voor het beeldscherm te staan.
Onderbelasting-beeldschermwerk
Beeldschermwerk kan door lang zitten leiden tot sedentair gedrag (onderbelasting). Beeldschermwerk moet op gezette tijden worden afgewisseld met andersoortig werk of, als dat niet mogelijk is, met een pauze.
Om de risico’s van de beeldschermwerkplek in kaart te brengen: vul de TNO-checklist in: checklist BAS (Beter Achter je Schermen).
Inrichting
De apparatuur, het meubilair, de werkomgeving en software moeten voldoen aan ergonomische eisen;
- beeldscherm en toetsenbord mogen niet aan elkaar vast zitten. Indien gebruik gemaakt wordt van een laptop moet deze dus voorzien zijn van een los toetsenbord;
- het bureau is in hoogte verstelbaar, heeft een reflectiearm oppervlak en is voldoende groot, niet alleen voor de beeldschermwerkzaamheden, maar ook voor eventuele documenten en accessoires;
- de bureaustoel is stabiel en comfortabel en heeft een in hoogte verstelbare zitting en een rugleuning waarvan de hoogte en hellinghoek verstelbaar zijn;
- het beeldscherm heeft voldoende contrast, is in hoogte verstelbaar en mag niet spiegelen;
- de verlichting op de werkplek zorgt voor voldoende licht en een beheerst contrast tussen het beeldscherm en de omgeving;
- indien wenselijk moeten medewerkers gebruik kunnen maken van hulpmiddelen, zoals een documenthouder of een voetensteun.
Instructies
- Verander regelmatig de werkhouding;
- wissel beeldschermwerk op gezette tijden af met andere werkzaamheden of neem voldoende pauzes;
- doe geregeld korte oefeningen om armen, nek en schouders te ontspannen;
- werk niet langer dan 6 uur per dag aan een beeldscherm;
- maak bij invoer-werkzaamheden gebruik van een documenthouder om de zogenaamde ‘ja-knik’-beweging te voorkomen;
- bedien de muis vanuit de onderarm met de elleboog als draaipunt;
- zorg ervoor dat de pols in het verlengde van de onderarm blijft;
- voorkom een te hoge werkdruk en vermijd piekdrukte;
- zorg dat klachten aan arm, nek en schouders herkend worden en neem ze serieus.
Instelling beeldschermwerkplek in 8 stappen
1.Stel de bureaustoel in op de juiste zithoogte. De voeten moeten stevig op de grond staan en de onderbenen maken een hoek van 90 graden met de bovenbenen;
2 stel de diepte van het zitvlak zodanig in, dat er een vuist past tussen de knieholte en de rand van de zittin
3. stel de rugleuning in voor een rechte zit en voldoende ondersteuning van de onderrug;
4. stel de armleuningen op de juiste hoogte, dusdanig dat de schouders niet omhoog worden geduwd, maar de armleuningen bij het zitten nog wel voldoende ondersteuning aan de ellebogen geven;
5. zorg dat de bovenkant van het werkblad dezelfde hoogte heeft als de bovenkant van de armleuningen;
6.het beeldscherm staat recht voor de medewerker met een minimale afstand van 50 cm. tussen de ogen en het beeldscherm;
7.zet het beeldscherm op de juiste hoogte. De bovenkant van het beeldscherm dient op ooghoogte te zijn;
– Geen in hoogte verstelbaar scherm? Leg dan een boek of een pak kopieerpapier onder de voet van het beeldscherm;
– voor medewerkers die niet blind kunnen typen is het verstandig om het scherm iets lager te zetten om de ‘ja-knik’-beweging te voorkomen.
8. plaats het toetsenbord en de muis voor het beeldscherm. Plaats het toetsenbord plat om stress op de polsen te voorkomen. Soms is een bureau niet in hoogte te verstellen, zoals vaak het geval is bij balies. Stel dan de stoel in op de hoogte van het bureau en zorg voor een hoek van 90 graden van de onderbenen en bovenbenen door het gebruik van een voetensteun. Een voetensteun dient dus alleen in uitzonderingsgevallen ingezet te worden.
Tegenwoordig zijn steeds meer kantoren uitgerust met zit/sta-bureaus. De combinatie tussen zitten en staan zorgt voor een verandering in werkhouding en heeft een goede invloed op de doorbloeding. Ook staand achter een bureau is een rechte houding van belang en dient de medewerker recht voor het beeldscherm te staan.
Handelingen & Hulpmiddelen
Onder bovenstaande risico’s worden verschillende handelingen en hulpmiddelen genoemd. Er zijn diversie e-learnings beschikbaar voor een toelichting op het uitvoeren van de handelingen en het gebruik van de hulpmiddelen:
Tillen en dragen – horeca
In het lopen met dienbladen, koffiekannen en volle schalen schuilt het gevaar van lichamelijke overbelasting. Daarnaast helpen horecamedewerkers regelmatig bij het laden en lossen van kratten en dozen.
Als een medewerker zwaarder dan 25 kilo moet tillen, moeten er goede transport- en hulpmiddelen zijn. Vul bij twijfel over overbelasting de checklist fysieke belasting in:
https://fysiekebelasting.tno.nl/nl/instrumenten/checklist-fysieke-belasting/
Blijkt een risico op het gebied van tillen? Voer dan een vervolgonderzoek uit met de NIOSH-methode.
Blijkt uit de checklist een risico op het gebied van dragen? Voer dan een vervolgonderzoek uit met de KIM-methode dragen.
Regels voor veilig tillen en dragen:
- Gebruik kleine dienbladen bij het uitserveren en grote dienbladen bij het afruimen. Gebruik bij het afruimen een serveerwagen als de nabestaanden de ruimte hebben verlaten.
- Houd rekening met het gewicht dat het personeel moet dragen.
Tips:
- Maak afspraken om grotere voorraden op pallets aan te laten voeren en door de leverancier met pallet- of pompwagen op de plaats te laten zetten.
- Maak afspraken met leveranciers over het tijdstip van aanleveren, zodat er meer mensen beschikbaar zijn om de producten op te ruimen.
- Verklein eenheden zodat ze minder wegen en beter te hanteren zijn.
- Gebruik lichtgewicht serviesgoed.
- Gebruik lichtere middelen als schenkkannen voor een gunstige houding en een goede polshouding.
- Overweeg selfservice in plaats van uitserveren, of bied dit aan als optie.
- Als de keuken en de koffiekamer zich op verschillende verdiepingen bevinden, zorgt een keukenlift voor een aanzienlijke vermindering van de fysieke belasting.
Algemene regels:
- Voorkom onnodig zwaar tillen door afspraken over aangeleverde gewichten te maken met de afdeling inkoop en de leveranciers.
- Til en draag niet onnodig, gebruik gezond verstand.
- Maak gebruik van de beschikbaar gestelde tilhulpmiddelen.
- Bedenk vooraf hoe en waarheen de last wordt verplaatst; houd rekening met mogelijke obstakels op de transportroute.
- Schat vooraf het gewicht in; til niet te veel ineens.
- Vraag collega’s om hulp bij het tillen en dragen van zware lasten; maak bij gezamenlijk tillen afspraken vooraf over commando’s, de plaats waar een ieder de handen zet en de route.
- Buk door heupen en knieën te buigen, houd de rug recht, til daarna door de heupen en knieën te strekken.
- Til met twee handen zo dicht mogelijk bij het lichaam.
- Til niet hoger dan schouderhoogte.
- Span rug- en buikspieren aan, buig de ellebogen en trek de bovenarmen tegen het lichaam aan.
- Houd steeds de rug recht; verplaats de voeten tijdens draaien, draai nooit vanuit de rug.
- Beweeg langzaam, ook tijdens lopen; gebruik stroeve schoenen voor grip.
- Luister naar het lichaam; neem signalen serieus.
Cursus:
Zorg dat je een cursus tiltechnieken gevolgd hebt.
Benodigde arbeidsmiddelen:
- Dienbladen.
- Serveerwagen.
- Steekwagen (laden en lossen).
- Stabiele trapjes voor het bereiken van de bovenste planken in de voorraadkamer.
Inrichtingseisen:
- Zorg in de horeca voor een egale, stroeve en makkelijk te reinigen vloer om struikelen en uitglijden te voorkomen en om te kunnen rijden met de serveerwagen.
- Zorg voor een ergonomische inrichting met werkbladen en apparaten op de juiste hoogte.
- Zorg voor voldoende ruimte voor de voeten onder banken, bars en opslagtafels, zodat horecamedewerkers minder ver hoeven te reiken.
- Plaats zware lasten niet op vloerniveau, maar hoger.
- Sla materialen dicht bij elkaar op en denk na over de routing; dat beperkt lopen.
Persoonlijke beschermingsmiddelen keukenpersoneel:
- Schort.
- Nitril handschoenen.
- Ovenhandschoenen.
Horeca – duwen en trekken
Het duwen of trekken van een zwaarbeladen serveerwagen kan leiden tot fysieke overbelasting. Daarnaast helpen horecamedewerkers regelmatig bij het laden en lossen van kratten en dozen. Duwen en trekken zijn vooral belastend voor de armen, schouders en rug. Overbelasting openbaart zich meestal in het schoudergebied.
Vul bij twijfel de checklist fysieke overbelasting in:
https://fysiekebelasting.tno.nl/nl/instrumenten/checklist-fysieke-belasting/
Blijkt een risico op het gebied van duwen en trekken? Voer dan een vervolgonderzoek uit met de KIM-methode duwen en trekken.
Regels voor veilig duwen en trekken:
- Verwijder obstakels van de werkvloer.
- Zorg dat de hulpmiddelen goed onderhouden worden.
- Duw indien mogelijk; duwen is lichamelijk minder zwaar dan trekken.
- Gebruik waar mogelijk twee armen.
- Duw of trek niet ineens met alle kracht, maar bouw dit langzaam op.
Tips om duwen en trekken minder belastend te maken:
- Zorg bij duwen en trekken voor een harde vloer zonder drempels.
- Plaats deuren die automatisch openen in routes die vaak gebruikt worden.
- Gebruik wagens met kogellagers in de wielen.
Statische werkhouding horeca
Personeel achter een buffet kan blootstaan aan de risico’s van staand werk.
Lang werken in een ongezonde werkhouding kan leiden tot statische belasting van de spieren. Het gevolg is een minder goede doorbloeding. Na verloop van tijd kan dit leiden tot klachten aan spieren en pezen.
Bestaat er twijfel of de fysieke belasting door statische werkhouding leidt tot een ongezonde situatie? Vul dan de https://fysiekebelasting.tno.nl/nl/instrumenten/checklist-fysieke-belasting/in, een eenvoudige online checklist.
Blijkt uit deze checklist een mogelijk risico op een statische werkhouding? Voer dan een vervolgonderzoek uit met deWHI-methode. (WHI staat voor werkhoudingsinstrument).
Regels ter voorkoming van statische werkhouding:
- Werknemers moeten voorgelicht zijn over de gevaren van een statische werkhouding;
- wissel staand werk af met taken die zittend of lopend worden uitgevoerd;
Om gezondheidsrisico’s van veel staand werk tot een minimum te beperken, moeten periodes van staan regelmatig af worden gewisseld met zitten en/of te bewegen. Bewegen vermindert het risico op onder andere beroertes, hart- en vaatziekten, diabetes (type 2), darmkanker en hoge bloeddruk. Bewegen is goed voor botten, spieren en gewrichten, en voor de mentale gezondheid: mensen die voldoende bewegen, hebben een beter zelfbeeld en minder last van angsten en depressies.
Instructies
- wissel taken zoveel mogelijk af om overbelasting te voorkomen;
- indien statische belasting (staand werk) achter het buffet niet voldoende weggenomen kan worden door afwisseling van taken, stel dan een zit/sta-hulp ter beschikking;
- zorg dat horecamedewerkers gesloten schoeisel dragen met slipvaste zolen.
Handelingen & Hulpmiddelen
Onder bovenstaande risico’s worden verschillende handelingen en hulpmiddelen genoemd. Er zijn diversie e-learnings beschikbaar voor een toelichting op het uitvoeren van de handelingen en het gebruik van de hulpmiddelen:
Meer weten
Wilt u meer weten over fysieke belasting, klik hier voor hoofdstuk 2.1 uit de arbocatalogus.