Ga door naar hoofdcontent
InformatieLaatste verzorging

Laatste verzorging

Introductie in laatste verzorging

Nadat een overledene is doodverklaard door een arts, wordt de overledene volgens zijn wens gewassen, verzorgd en aangekleed. Eerst wordt nog gecontroleerd of de overledene orgaandonor is of een pacemaker of ICD-defibrillator heeft die verwijderd moet worden. Meestal worden tijdens de laatste verzorging de ogen en de mond gesloten. De laatste verzorging wordt vaak gedaan door een uitvaartmedewerker, soms samen met een of meer nabestaanden.

Als het lichaam erg beschadigd is, kan reconstructie noodzakelijk zijn. De levensovertuiging van de overledene kan specifieke eisen stellen, bijvoorbeeld  een rituele wassing vereisen, bijvoorbeeld bij moslims en hindoes.

Speciale aandacht is vereist bij de verzorging in thuissituaties. Als het lichaam niet meer intact is, is een speciale verzorgingsruimte vereist.
De laatste verzorging van een overledene met (ernstig) lichamelijke verwondingen brengt speciale risico’s met zich mee. Denk daarbij aan zelfdoding, slachtoffers van geweld, verkeersslachtoffers, overledenen in staat van ontbinding (zogenaamde vindingen), open benen, blaren en doorligplekken.

Wat zijn de risico’s bij de laatste verzorging?

De laatste verzorging kent 4 risicogebieden:

Meer weten

Wilt u meer weten over laatste verzorging, klik hier voor hoofdstuk 3.1 uit de arbocatalogus.